Hoe dragen borstvoeding makkelijker maakt...
Hormonen bij borstvoeding – hoe werkt het?
Melkproductie is een proces dat door hormonen wordt geregeld. Voordat ons avontuur met borstvoeding begint, doorloopt ons lichaam verschillende fasen van de voortplantingscyclus:
- embryogenese, de ontwikkeling van de borstklier in de foetale en neonatale periode
- mammogenese, de ontwikkeling van de borstklier in de puberteit
- lactogenese – de volledige ontwikkeling van de borstklier en het op gang komen van de melkafscheiding tijdens de zwangerschap en na de geboorte
- LACTATIE – de periode waarin onze borstklieren melk produceren.
Als de borstvoedingsperiode voorbij is, volgt de involutie: de borstklier stopt met melk afscheiden.
Tijdens de zwangerschap begint de eerste fase van de lactogenese, die duurt tot 72 uur na de geboorte. In die tijd hebben we geen echte invloed op de melkproductie. Het maakt niet uit of we de baby aanleggen of niet. De aanmaak en afvoer van colostrum worden in deze periode door hormonen geregeld, vooral door een constant hoog progesterongehalte in het bloed van de moeder. Ongeveer 30–40 uur na de geboorte daalt het progesteron in het bloed van de moeder snel, terwijl de prolactineconcentratie hoog is, en begint lactogenese II. Vrouwen kennen dit moment als de stuwing of het ‘opkomen’ van de melk. De stuwing is meestal rond dag 5 na de bevalling voorbij, maar sommige processen van lactogenese II kunnen doorgaan tot dag 10–14. De hoeveelheid melk wordt geregeld door de prolactinereflex – de prolactineconcentratie is evenredig met de intensiteit van de tepelstimulatie.
Tussen dag 10 en 14 na de geboorte begint de derde fase van de lactogenese – de LACTATIE. In deze fase stabiliseert de hoeveelheid melk zich en heeft de moedermelk haar rijpe samenstelling. De prolactineconcentratie heeft geen invloed meer op de melkproductie. Vanaf nu hangt de borstvoeding, die door de oxytocinereflex wordt geregeld, af van het goed aanleggen van de baby en dus van het leegdrinken van de borst.
En wat is de oxytocinereflex?
De oxytocinereflex is een mechanisme dat in gang wordt gezet doordat de baby aan de borst zuigt, doordat we dicht bij de baby zijn of zelfs doordat we aan de baby denken. De hypothalamus scheidt oxytocine af, dat naar de achterkwab van de hypofyse gaat en via de bloedvaten de borstklier bereikt. Daar laat het de cellen rond de melkblaasjes en melkgangen samentrekken, waardoor de melk gaat stromen. Vrouwen voelen op dat moment een tintelend gevoel in de borsten. Vaak lekt er ook spontaan melk. Oxytocine heeft ook een gunstig effect op de moeder: het maakt haar rustig en ontspannen en verlaagt haar bloeddruk. Elk psychisch en lichamelijk ongemak van de moeder kan de oxytocinereflex verzwakken of zelfs blokkeren.
En wat heeft dragen hiermee te maken?
Het heeft veel invloed op de borstvoeding, omdat het ons echt kan helpen het oxytocinegehalte in ons lichaam te verhogen.
Oxytocine helpt bij het opbouwen van de band tussen moeder en kind. Een van de eerste factoren daarbij is aanraking en huid-op-huidcontact, oftewel nabijheid. Dat zorgt ervoor dat er oxytocine vrijkomt in onze hersenen, wat de afscheiding van cortisol, adrenaline en noradrenaline – de stresshormonen – vermindert.
Dragen geeft moeder en kind nabijheid en aanraking, wat de band tussen hen versterkt. We zijn rustiger als we de baby dicht bij ons hebben en hem horen ademen. Onbewust worden onze hersenen ook beïnvloed door de geur en warmte van onze baby. Onze ouderlijke vaardigheden worden sterker doordat we in nauw contact met de baby zijn en sneller op zijn of haar behoeften kunnen reageren. Een heel veeleisend kind kan ons lichamelijk ongemak bezorgen, door de zorg, en tegelijk psychisch ongemak, door vermoeidheid. Dan maakt dragen het ons makkelijker, zodat we kunnen rekenen op meer lichamelijk en psychisch welzijn – en minder stresshormonen.
Onze baby voelt zich veilig in de draagdoek of draagzak, omdat we omstandigheden creëren die lijken op die in de baarmoeder. Zo komt de baby makkelijker door de intensieve rijpingsperiode in de eerste drie levensmaanden, die ook wel het vierde trimester wordt genoemd. We verkleinen ook het risico op overprikkeling.
Al deze aspecten van dragen zorgen ervoor dat moeder en kind ontspannen zijn en zich veiliger voelen. Dat heeft een positief effect op de oxytocinereflex en ondersteunt de borstvoeding.
Auteur: Katarzyna Czajka – verloskundige, gecertificeerd lactatiekundige en gecertificeerd draagconsulent
FB: Katarzyna Czajka Położna, CDL, Doradca Chustonoszenia