De juiste ergonomische kikkerhouding bij het dragen van je baby
De eerste stappen in het babydragen roepen vaak veel vragen en twijfels op over de veiligheid van je kindje: is de knoop technisch goed uitgevoerd? Zit mijn baby veilig? Je kindje dragen is heel intuïtief – we willen onze kleine schat immers DICHTBIJ ons hebben. Om ervoor te zorgen dat het dragen ook gezond is en een goede motorische ontwikkeling stimuleert, is het belangrijk om te letten op de juiste ergonomische houding in de draagdoek of draagzak.
De belangrijkste veiligheidsregel tijdens het dragen in een draagdoek of ergonomische draagzak is dat de luchtwegen van je kindje altijd vrij blijven. Je moet het gezichtje altijd met één blik omlaag kunnen zien en de stof mag het gezichtje niet bedekken. Bovendien mag het kinnetje niet op de eigen borst drukken: er moet altijd minstens één vinger ruimte onder de kin van je baby zijn.
Zodra een veilige ademhaling is gewaarborgd, kijken we naar de juiste houding! Een pasgeborene neemt van nature een specifieke houding aan: de wervelkolom is bol gekromd als de letter ‘C’ (totale kyfose) en de beentjes zijn opgetrokken dicht bij het buikje. Pas tijdens de volgende ontwikkelingsstappen ontstaan de holle krommingen (lordoses): eerst in de nek wanneer de baby het hoofdje stabiel optilt, en later in de onderrug wanneer het kindje zelfstandig kan gaan zitten. Totdat het spierkorset van de romp sterk genoeg is om de zwaartekracht op te vangen, moet vroegtijdige ‘verticalisatie’ van de onrijpe wervelkolom worden vermeden.
Hoewel we de baby rechtop tegen ons aan dragen, zorgt de ergonomische M-houding (kikkerhouding) ervoor dat de rug niet belast wordt: doordat de knietjes hoger zitten dan de billetjes (ter hoogte van de navel) en de beentjes licht gespreid zijn op schouderbreedte van de baby, kantelt het bekken naar achteren. Hierdoor behoudt de rug zijn natuurlijke C-bolling en vormt de geweven draagdoek een ondersteunend ‘exoskelet’ dat alle krachten overdraagt op het lichaam van de drager.
Dit zijn de belangrijkste praktische conclusies:
Het allerbelangrijkste bij het dragen (naast de emotionele geborgenheid) is het aanhouden van de ergonomische M-houding met de knietjes hoger dan de billetjes.
Nauwkeurig aanspannen van de draagdoek (baan voor baan, met extra aandacht voor de bovenrail bij het nekje) garandeert veilig en comfortabel dragen.
De juiste houding voor kindjes die al zelfstandig kunnen zitten:
Kindjes die zelfstandig kunnen gaan zitten nemen een andere houding aan in de doek: ze ‘zitten’ met iets wijder gespreide en minder sterk opgetrokken beentjes, en houden hun rug recht wanneer ze wakker zijn dankzij hun goed ontwikkelde rompspieren. Veel succes en draagplezier!

